• partner

  • partner

  • partner

Blog

  • Hokjesdenken houdt ons op de been

    08.05.15 | Door: Yellow Communications

    “E-mail is voor bejaarden”, zo peperde de workshopleider ons in. Onder zijn geuzennaam Lawaaimaker gaf hij ons team een opfriscursus over LinkedIn. De belangrijkste richtlijnen om content te delen via dit populaire zakelijke communicatiekanaal kenden we natuurlijk al, maar het gaat, zoals altijd, om die paar handige tips en tricks en de do’s and dont’s. Die kregen wij van hem op een presenteerblaadje. Zijn opmerking over bejaarden is een grappig voorbeeld van hokjesdenken.

    Denken in hokjes. Ieder weldenkend en intelligent mens probeert er zo ver mogelijk van vandaan te blijven. Volgens professor dr. Daniël Wigboldus van de Universiteit van Nederland, je leest het goed, zit er in ieder van ons een hokjesdenker. De hoogleraar laat zien dat ondanks de slechte reputatie van een hokjesgeest, categoriseren juist heel functioneel is. In zijn college legt hij uit waarom hokjesdenken juist goed is. Je dag doorkomen zonder de wereld om je heen in hokjes te stoppen, is zelfs bijna onmogelijk. Je hersenen zouden overuren maken. Het verklaart waarom de Universiteit van Nederland alle colleges ook keurig in hokjes heeft gestopt.

    Hoogleraar als rock star
    Je kunt de gratis online colleges in je mailbox ontvangen, in je time line van Facebook plaatsen en via YouTube bekijken. Je kunt ze natuurlijk ook gewoon live bijwonen. Tijdens een speciale avond worden vijf colleges van een kwartier opgenomen, gevolgd door Q&A en meet and greet. Hoogleraren zijn de nieuwe rock stars. Er zitten echte pareltjes tussen de colleges. Hoe ziet een oplichter er uit? Waarom leiden bonussen tot slechtere prestaties? Hoe kun je ervoor zorgen dat de NSA je e-mail niet kan lezen? Wetenschappers geven jou de antwoorden.

    Sceptici zijn er altijd
    Wetenschappers zijn hokjesdenkers bij uitstek. Voor de derde keer op rij onderzocht het van oorsprong Zweedse Cision samen met de Britse Canterbury Christ Church University het gebruik van social media onder journalisten. Om het overzichtelijk te houden, maken ze in het rapport onderscheid tussen vijf verschillende categorieën journalisten. Zo heb je de Sceptics, Observers, Promotors, Hunters en de Architects. Jullie raden het al, de sceptici zijn het minst enthousiast over de rol die social media spelen in hun dagelijkse werk. Maar in het algemeen is het gebruik van social media hoog: 63,8 procent van de journalisten geeft aan beroepsmatig zeker twee uur per dag met social media bezig te zijn. De onderzoekers signaleren wel een verzadigingseffect. Het aantal journalisten dat twee tot vier uur per dag online is te vinden op Twitter, Facebook enzovoorts, is in twee jaar tijd bijna gehalveerd.

    Kunstmatig onderscheid
    Natuurlijk is het indelen van journalisten in hokjes kunstmatig. De scheidslijnen tussen de vijf categorieën zijn niet zo scherp en er is dynamiek tussen de groepen. Iemand kan zich ontpoppen van een scepticus tot een promoter. Hoe dan ook, meer dan de helft van de Britse journalisten (53.5 procent) geeft aan beroepsmatig niet meer buiten social media te kunnen, vergeleken met 43,4 procent een jaar eerder. 57,7 procent van de journalisten is het eens met de stelling dat social media de productiviteit van hun werk heeft verhoogd. Journalisten maken zich hierbij wel in toenemende mate zorgen om hun privacy, gegevensbescherming en de teloorgang van journalistieke waarden. PR-executives zijn nog steeds de belangrijkste informatiebron voor journalisten, op de voet gevolgd door academici, experts en collega-journalisten. Al met al is de grondhouding positief: “I am happy with my relationship with PR practitioners”, zo verklaart 60,9 procent van de journalisten.

    Bellen kan tot irritatie leiden
    De Lawaaimaker zat er naast. E-mail is met 86,1 procent overigens nog steeds het belangrijkste communicatiemiddel tussen PR-professionals en journalisten. Een telefoontje plegen is met 38,6 procent een belangrijk contactmoment, maar is ten opzichte van 2013 (59,3 procent) fors gedaald. Voor 16,1 procent van de journalisten vormen PR-medewerkers die telefonisch contact met hen zoeken de grootste irritatiefactor. Deze journalisten geven nadrukkelijk aan minder vaak gestoord te willen worden op hun telefoon door PR-professionals. Ze plaatsen een kruisje in het hokje als de journalist aan geeft dat hij liever niet gebeld wil worden.

    Vergeet alle percentages en de cijfertjes achter de komma. Die suggereren een schijnexactheid die in werkelijkheid niet bestaat. Ondanks alle mooie digitale tools blijft PR toch vooral mensenwerk. Yellow Communications heeft een track record van tien jaar opgebouwd en onderhoudt persoonlijke relaties met alle relevante (IT)-journalisten in Nederland en België. En ja, ook wij categoriseren. Voordat je er erg in hebt, stop je iemand in een bepaald hokje. Niets menselijks is ons vreemd…

trefwoorden

email |

Meest gelezen op IT Executive

Meest bekeken partnercontent